Familiebedrijven kampen met de naweeën van de crisis. Ze hebben fors ingeteerd op hun reserves en moeten vaker op zoek naar externe geldschieters.

Dit blijkt uit onderzoek van adviesbureau BDO en Tias School for Business and Society dat maandag naar buiten is gebracht. Meer dan de helft (56%) heeft geldtekort door wanbetalers, concluderen de onderzoekers.

‘Zeven magere jaren hebben ook bij gezonde familiebedrijven veel vet van de botten gehaald’, zo stelt Joost Vat, partner BDO Familiebedrijven, in het rapport. ‘Wie nieuwe dingen wil opstarten, of zelfs maar de lopende business overeind wil houden, ontkomt er vaak niet aan om extern kapitaal te zoeken.’

Die zoektocht naar geldbronnen buiten het eigen bedrijf gaat niet van harte. Want externe financiers willen inzicht in de gang van zaken en vaak ook een vinger in de pap. ‘Het laatste wat je wilt, is met de pet rond, of voor vreemden je doopceel lichten’, aldus Vat. Nog moeilijker is het om externen inspraak te geven in de koers van de onderneming en hen te laten delen in de resultaten.

Volgens Sander van der Veen, fiscalist bij BDO Hengelo, staat het gebruik van eigen vermogen voorop. ‘Pas wanneer het “schuurt” met de bank, gaan familiebedrijven kijken naar alternatieve vormen.’ Daartoe behoort private equity, vermogen van institutionele beleggers dat als risicokapitaal beschikbaar wordt gesteld. Met durfinvesteerders halen ondernemers pottenkijkers in huis die zeggenschap wensen. Voor veel zakenfamilies is dat even schrikken, stelt BDO vast.

Familiebedrijven hebben vooral behoefte aan werkkapitaal. De onderzoekers noemen het opvallend dat de ondernemers liever geen geld lenen voor financiering van innovatie of nieuwe technologie. Dat bekostigen ze liever met eigen geld of ze stellen de investeringen uit.

Het Financieele Dagblad, www.fd.nl, 4 januari 2016