Een interessant onderzoek werd onlangs gepubliceerd door EY over de opvolgingsintenties van pas afgestudeerden binnen een familiebedrijf. Hieruit blijkt dat in Nederland slechts 1,7% direct na het afstuderen de intentie heeft het familiebedrijf over te nemen, 5 jaar na het afstuderen is dat gegroeid naar 4,1% (wereldwijd resp. 3,5% en 4,9%). De redenen voor dit lage percentage zijn gelegen in factoren als welvaart, cultuur, geslacht, geboortevolgorde, fiscaliteit en bedrijfsomvang.

Het percentage is schrikbarend laag en derhalve niet veelbelovend voor de Nederlandse familiebedrijven. Echter kijkend naar de gemiddelde leeftijd van de ondervraagden, namelijk 23,1 jaar (wereldwijd) en wetende uit andere onderzoeken dat het juist 30’ers en 40’ers zijn die toetreden tot het familiebedrijf is dat weer een geruststelling. Het gaat in het onderzoek dan ook ‘slechts’ om de intentie tot opvolging van een twintiger die gevoelsmatig eindelijk ‘vrij’ van verplichtingen is en de hele wereld aan de voeten heeft. Geef ze eens ongelijk!

Wat mij betreft is het interessanter dat uit het onderzoek blijkt, weliswaar tussen de regels door, dat de opvolgingsintenties juist sterker zijn bij de afgestudeerden die al enige ervaring in het familiebedrijf hebben opgedaan. Dat geeft aan dat de mate van betrokkenheid bij het familiebedrijf invloed heeft op de keuze of zoals in het onderzoek genoemd de ‘intentie’ een carrière aan te gaan binnen het familiebedrijf. Die ervaring kan naar mijn mening ruim gezien worden. Dat kan een formele functie zijn maar ook het opgroeien in de bedrijvigheid, al is het zelfs gewoon een beetje ronddolen op ‘de zaak’ als kind helpt bij het besef. Ook er over praten, beginnend aan de keukentafel, zorgt er zeker voor dat het familieaspect en de facetten van een mogelijke opvolging gaan leven.

Helaas zie je maar al te vaak dat werk en privé strikt gescheiden zijn, ook al is dat moeilijk voor te stellen bij een familiebedrijf. Stellingen als ‘ga maar je eigen weg’ of juist ‘verdien het zelf maar’ zijn vaak gehoord. Ook bewust het onderwerp niet bespreken, bijna conflict mijdend gedrag, kunnen interesse, verwachtingen en zelfs wensen van zowel opvolger áls overdrager naar de achtergrond plaatsen. Daarentegen voorbeelden genoeg van families waar het bedrijf en het opvolgingsaspect wél met de paplepel wordt ingegoten. Dit zijn dan ook meteen de succesvolste familiebedrijven, vaak al generaties lang.

Openheid, duidelijkheid in verwachtingen, een goed plan en vanzelfsprekend daarbij goede begeleiding, biedt de beste kansen om het karakter als familiebedrijf in stand te houden en succesvol overgenomen te worden door de, populair genoemd, NextGen. Blijkt er desondanks geen animo te zijn, dan verdient ook dit aandacht want vroeg of laat krijgt de volgende generatie toch te maken met de ‘erfenis’ van het familiebedrijf.

Paul Bossers